Clubkampioen Yuen Wong gaf een succesvolle simultaan tegen negen tegenstanders. Hij won zes partijen en speelde drie keer remise.
Er werd ook weer gestart met de onderlinge competitie. Johan Essink had een lastige klassieke stand tegen Nico Rosink en die besliste de partij met een zeer fraaie damcombinatie. Jelle Jepma weerde zich aanvankelijk kranig tegen de door de wol geverfde Hans van der Zon totdat Jelle het slachtoffer werd van een damcombinatie. In een ingewikkelde partij zette Willem Buschers Henk de Lange flink aan het denken, maar Willem vond uiteindelijk zijn Waterloo want hij kreeg te maken met zetdwang omdat hij kampte met een overvolle rechtervleugel. De partij tussen Tonnie Keijzer en Gerrit Bosch kende een enerverend verloop. Tonnie kreeg een damcombinatie tegen en kwam virtueel verloren te staan. Maar Tonnie knokte door en toverde op zijn beurt een verrassende dam-combi op het bord, en nadat de kruitdampen waren opgetrokken bleef er een remise stelling over. Fons ten Broeke speelde tegen Michiel Hagreis een taaie partij maar een wat ongelukkige opbouw werd hem uiteindelijk fataal. In een klassieke partij tussen Yuen Wong en Toni Ramirez ging het aanvankelijk gelijk op. Maar Yuen kreeg de controle over beide vleugels en kon zodoende zijn tegenstander vastzetten en ging onbedreigd naar de winst. De langste partij was die tussen Freddy Olthof en Jan Bosch. Freddy weerde zich kranig tegen zijn geroutineerde tegenstander en kon in het eindspel nog een puntendeling realiseren, maar het was toch Jan die aan het langste eind trok.